HEEMKUNDIGE KRING

Sint-Huibrechts-Lille

Communie

In een eerder verschenen artikel werd gehandeld over de doop en al wat daar rond gebeurde. Zo vroeg mogelijk werd aan het kind bijgebracht dat Onze-Lieve-Heer bij zijn leven hoorde. Het kreeg een kruisje met wijwater als het ging slapen en als het opstond. Een speelse moeder maakte soms wel een kruisje met zijn voetjes. Het kindje werd gewezen naar het kruis en het Lieve Vrouwke op de schouw. Het leerde dan in de handjes klappen en zeggen:

"Danke Lieve Heerke
Danke Lieve Vrouwke
Danke Engelke zoet
Dat Doruske bewaren moet
van alle vuur
van alle kwaad
van alle ziektes
van alle ongelukken
Danke, danke, danke"

Als het donderde keef het Lieve Heerke, als het regende pisten de Engelkes, en wanner het regende terwijl de zon scheen, was het kermis in de hel! Het hemelse was steeds nabij. Daarentegen loerde ook overal duivels. Om zich hier tegen te verweren, maakte de boer met kalk een groot kruis op de staldeur. Op de binnenstaldeur prijkte het krachtige gebed van Keizer Karel of een huiszegen om de zwarte hand of andere duivelse werken uit het huis te houden!
Zo groeiden de kinderen op naar hun schooltijd toe. Onze grootouders gingen toen slechts naar school vanaf hun zevende jaar. Als de meisjes elf en de jongens twaalf jaar waren mochten ze hun eerste commu-nie doen. Zijn eerste communie doen was in een kinderleven één der mooiste belevenissen. Het betekende meteen, dat het meisje of de jongen tot de jaren van verstand was gekomen, en...mee kon helpen, om wat bij te verdienen in de dikwijls zeer grote families. Op die eerste communiedag droegen de meisjes een zwart of donkerblauw kleed, lang of drie vierde naargelang de mode het voorschreef. Op het hoofd werd een witte voile gedragen, vastgehouden door een kroontje. Deze voile werd door alle meisjes uit het gezin gebruikt bij hun eerste communie. De jongens droegen een deftig zwart kostuum, lange of half lange broek. Het hoofddeksel was een bolhoed  Aan de linker mouw werd een zijden strik gedragen en aan de voeten hoge rijlaarsjes met nestels toe gebonden.

 

In 1910  oordeelde paus Pius X, dat ingevolge het verbeterd onderwijs en een andere opvoeding, de kinderen verstandig genoeg waren om hun eerste communie vroeger te doen. De leeftijd werd door de paus bepaald rond zeven jaar. Van dan af werd, naast de eerste komunie, ook de plechtige communie ingesteld. Deze laatste benaming wordt thans in het kerkelijke vervangen door hernieuwing der doopbelof-ten en vormsel.

In tegenstelling tot nu was de eerste communie vroeger een eenvoudig doch niet minder ernstig gebeuren. Het communiekantje werd maandenlang door de zuster, de meester, de pastoor en zijn ouders voorbereid op die dag. Naast de geestelijke voorbereiding moest tevens geleerd worden hoe men de communie moest ontvangen, of hoe en wat er moest gebiecht worden. De eerste communie werd gedaan op Witte Donderdag in de mis van 8 uur. Meestal was moeder alleen aanwezig bij dit plechtig gebeuren. Vader beschikte in die dagen niet over snipper- of andere verlofdagen. Het feest bij deze gelegenheid was meestal zeer eenvoudig. Communieprentjes werden niet gedrukt. Van tante nonneke of heeroom kreeg men wel eens een mooi beeldje, met aangepaste tekst er op aangebracht. En daarmee was in de meeste gevallen de kleine of eerste communie afgelopen.
Heel anders was het gesteld met de grote of plechtige communie. Vooral na het dekreet van Pius X trad er een grondige verandering in wat betreft de plechtige communie. De kledij was voor iedereen een gevoelige materie. Aanvankelijk bleef deze zoals hoger beschreven. Bij de meisjes bleef het communiekleed lange tijd ongewijzigd. In tegenstelling tot de omringende dorpen was het witte, lange kleed in Lille niet gebruikelijk. Onder druk van de parochiepriesters werd de kledij zeer eenvoudig gehouden in de vorm van een eenvoudig blauw kleed, gemaakt uit "crèpe de chine" of "peau d'ange". Het duurde tot na de oorlog 1940-1945 dat de meisjes hun plechtige communie "in het wit" deden. De jongen droegen toen meestal een gewoon blauw kostuum, waarvan de broek varieerde tussen kort en lang. Tegen het eind der dertiger jaren kwam er verandering in het soort communiekostuum. Er werd gebruikt gemaakt van allerlei kleuren en de pofbroek was van dan af erg in trek. Er werd geen hoofddeksel meer gedragen. De coiffeuse nam wel eens het jongenshoofd onder handen en legde sierlijke waterlokken in het haar. Het gewone blauwe kostuum werd later toch weer tijdelijk in gebruik genomen.

Deel 2

In de zestiger jaren werd dan een definitief einde gesteld aan de eenvormigheid van de communiekledij. Er werd overgeschakeld naar een zeer gevarieerde klederdracht. Van dezelfde tijd is het gebruik van het mis-saal. Dit dik gebedenboek, gelegd in een met kant afgeboord doekje, werd in de linkerhand gedragen. De vereniging van oud-strijders schonk een missaal aan de kinderen van hun leden. In andere gevallen werd meestal het missaal geschonken door de meter. De peter zorgde voor een armbandhorloge. Na het laatste concilie geraakte dit missaal in onbruik.

De dag der plechtige communie is evenmin gespeend gebleven van veranderingen, evenals het communie-feest. Rond de eeuwwisseling was het communiefeest een zeer eenvoudig iets. Er was slechts een euchari-stieviering. En als er een feest was, werd dit zeer sober gehouden. Hoofdzaak was immers dat de com-minekant thans oud genoeg was om uit te gaan werken.

Op het ogenblik dat de kerk meer luister bijbrengt aan de plechtige communie, komt er eveneens een evo-lutie in het kleden en het feesten. Op de dag van de communie kwamen alle communiekanten samen aan de school van de zusters. Voorafgegaan door engelen, begaven de communiekanten zich naar de kerk. Meer dan eens werden zij begeleid door de Lilse fanfare. Het vormsel werd niet op de communiedag toegediend. Dit gebeurde later in Hamont of in Neerpelt waar de bisschop het vormsel toediende aan de kinderen die hun communie hadden gedaan de twee of drie laatste jaren. Gewoonlijk werd dan de plechtige communie gedaan in de mis van 8 uur. Nadien was de communiekant nog aanwezig in de hoogmis en het lof, in de na-middag om 15 uur. In dit lof werden de doopbelofte hernieuwd en gebeurde de toewijding aan Onze-Lieve-Vrouw. Kinderen, die redekijk ver van de kerk woonden, mochten na de mis van 8 uur aanzitten aan de koffietafel bij een of andere handelaar, waar het kostuum of andere artikelen werden gekocht. Na het lof had het communiefeest plaats.

De voorbereiding op de plechtige communie duurde normaal twee jaar. Iedere dag na de mis van 7 uur werd door Mijnheer Pastoor cathechismus gegeven in de kerk onder het doksaal. In die dagen was het de Mechelse cathechismus, die elk aspirant communiekant op zak had. Het was tevens gebruikelijk, dat op het einde van een cathechismusjaar door de pastoor een examen uitgeschreven werd over hetgeen in het verlopen jaar werd geleerd. De best geklasseerde mocht in vroegere tijden plaats nemen als eerste in de rij op de dag van de plechtige communie. Later kreeg deze primus een missaal als prijs. Een Lils gebruik heeft er in bestaan dat communiekanten tarwekorrels opspaarden. Hiervan werden achteraf hosties gebakken die gebruikt werden bij de plechtige communie. Dit opsparen gebeurde in de school. In verhouding tot het aantal verstervingen, door de communiekant gepresteerd, mocht hij evenveel korrels tarwe in het daartoe bestemde korfje leggen.

Bij het feest in de kerk, hoorde het feest aan huis. Harry Vandeweyer, thans 75 jaar, weet nog dat in zijn tijd alle communiekanten bij de pastoor werden ontvangen en er een glas wijn moesten drinken. Vooraleer echter aan het feest deel te nemen, ging de communiekant "zich laten kijken" bij oom, tante of vrienden waar hij uitgenodigd werd. De feesteling werd meestal met geld bedacht. Peter en meter die op het feest genodigd waren, brachten iets mee in natura dat varieerde van een ingelijste foto van het laatste avondmaal of andere devotieprentjes, een wijwatervat of heiligen beelden.
In ruil voor deze geschenken kreeg de gever een gedachtenisprentje. Alhoewel het communiebeeldje reeds dateert van omstreeks 1855, vond dit verschijnsel bij ons ingang na het einde van de de eerste wereldoor-log. In tegenstelling tot nu werden zij zelden bewaard en gingen verloren bij huwelijk, verhuizing of overlij-den  De afbeelding op het prentje was zeer vroom en romantisch. De tekst op de achterzijde ervan lag in dezelfde lijn. Aanvankelijk vond men dit prentje alleen terug bij de gegoede kringen. Het gebeurde ook wel dat de tekst met de hand werd geschreven of dat men zelf een beeldje tekende.

Het eigenlijke communiefeest liep ook wel eens slecht af voor de de feesteling. De communie was in zekere zin het einde van de kinderjaren. De communiekant werd bij de "groten" gerekend. Dit alles werd meestal bezegeld door het roken van een eerste sigaret, waarvan de feestvierders met overtuiging beweerden dat de rook diep moest ingehaald worden. En als er dan ook nog een borreltje of iets dergelijk bijkwam, dan zal het niemand verwonderen, dat onze communiekant met  bleek gezicht en een zieke maag naar bed moest. Met in gedachte dat de grote wereld waar hij van nu af aan bij hoorde, toch maar gemene dingen kon doen. 

 

Een jaarabonnement kost € 12,00  Abonnee worden?