HEEMKUNDIGE KRING

Sint-Huibrechts-Lille

Kerkenbouwers van Sint-Huibrechts-Lille

dorpszicht oude prentkaarten jg 1988 nr 1 jg 1999 nr 3 jg 2012 nr 1 jg 2013 nr 4Voortgaande op de bouw- en verbouwwoede bij de Liller pastoors in de 19de en begin 20ste eeuw zou men de Lillenaren uit die periode gerust de bijnaam “kerkenbouwers” kunnen geven.
Wanneer pastoor Spierings op 5 februari 1818 zijn taak in Sint-Huibrechts-Lille opneemt heeft hij geen pastorij en treft hij er een “akelijk erkgebouw aan, bijna onverzien van kerkelijke ornamenten, het dak versleten, het pladon gedeeltelijk af. En de floer gedeeltelijk van brikstenen en gedeeltelijk van kaseystenen en plaveyen samengesteld.”
Zo schrijft hij het letterlijk in zijn “Registrum Memoriale seu Archivale Ecclesia de Lille Sti Huberti”. Deze erbarmelijke toestand van de kerkelijke bezittingen was nog een erfenis van de Franse tijd.

Nadat pastoor Spierings in 1820 zijn intrek kon nemen in zijn nieuwe pastorij, richtte hij zijn inspanningen op het in orde brengen van het kerkgebouw. In 1821 werd het dak vernieuwd. In 1827/28 kreeg de binnenkant een grote beurt: de muren werden afgekrabd, er werd een nieuwe boog gestoken tussen koor en kerk, een nieuwe vloer in arduinsteen gelegd en een nieuwe sacristie en bergplaats bijgebouwd. In 1831 werd de toren ingevoegd en de spits vernieuwd en in 1845... liet pastoor Spierings de kerk afbreken.


De reden dient gezocht in het groeiend aantal parochianen waardoor de kerk te klein werd, en vooral bij het esthetisch gevoelen van de pastoor die vond dat kerk en toren nooit een gaaf geheel konden vormen als er geen nieuwe kerk en een grondig gerestaureerde toren kwam.

 

De eerste steen voor de nieuwe kerk werd gelegd door eerwaarde heer Meuwissen, pastoor en deken te Hamont en eind 1846 kon de nieuwe kerk voor de eredienst in gebruik genomen worden.

“Het nieuwe kerkgebouw van onze Gemeenten Lille St.-Hubert heeft gekost met floersteenen, stellen van ingang, deuren en thoren met het vernieuwen of veranderen van den okzaal, predikstoel en autaaren de somme van 35.338 fr 95 centiemen”.

 

Nadat de binnenafwerking is voltooid werd de kerk op 15 juli 1850 door bisschop Corneille van Bommel van Luik ingewijd.
In 1861 wordt er een nieuw hoofdaltaar geplaatst, terwijl het oude naar de nieuwe parochiekerk van Linde-Peer verhuist.

 

Kerk voor 1912 binnenzicht jg 27 3 2009

 

 

Pastoor Spierings heeft een lange ambtsperiode gekend in St.-Huibrechts-Lille (1818-1871), doch zijn kerk heeft hem niet lang overleefd.
Reeds in 1907 oordeelde pastoor Van de Weijer (1907-1930) de kerk veel te klein voor de parochie en bovendien zonder de minste bouwstijl. Hij besloot het gebouw geheel te laten afbreken en een nieuwe kerk te bouwen die beter harmonieerde met de oude gotische toren.

 

 

 

 

 

 

 

 kerk oude prentkaarten004

Architect M. Christiaens uit Tongeren tekende de plannen die in 1908 ter goedkeuring aan de bevoegde overheid werden voorgelegd. Op 3 juni 1910 werd het eerste gedeelte, namelijk het koor, de kruisbeuk, sacristie en bergplaats aanbesteed op het Provinciaal Gouvernement te Hasselt. Aannemer Jansen uit Neerpelt had met 86.700 fr. het laagst ingeschreven en kreeg de opdracht het werk uit te voeren.
Op 8 september 1910 had de plechtige eerstesteenlegging plaats door Z.E.H. P. Dols, deken te Hamont en op 7 augustus 1911 werd het gebouw ingezegend.
Ondertussen besloot de kerkraad ook zo vlug mogelijk de drie beuken op te trekken. De aanbesteding voor dit werk bedroeg 60.000 fr. en dit 2de gedeelte van de kerk werd in de loop van 1912 gebouwd.

In de afgelopen 70 jaar werd aan het kerkgebouw niet bijzonder veel gewijzigd. In 1957 werd in het verlengde van de rechterzijbeuk een doopkapel bijgebouwd. In 1980 werd de grote sacristie verruimd tot bidkapel waarin de weekdiensten plaatshebben.
Heeft het kerkgebouw zelf in de voorbije eeuwen verscheidene grondige wijzigingen ondergaan, dan heeft de robuuste toren, daterend uit de 14de eeuw beter stand gehouden.

Het zwaarst kreeg de toren het te verduren in 1651 toen de volledige kerk door de Lorreinen werd vernield en platgebrand. Hierbij kwamen een dertigtal personen om het leven die in de toren bescherming hadden gezocht, alsmede de oudste parochiearchieven. In 1656 wordt de kerk en toren terug opgebouwd.

In 1895 werd de toren hoger opgetrokken en kreeg hij een nieuwe spits. Reeds in 1898 gerangschikt als monument van 3de klas, werd de toren bij Koninklijk besluit van 21 september 1936 definitief beschermd. De toren is steeds eigendom geweest van de gemeente, terwijl de kerk toebehoort aan de parochie.

Guido Vrolix

Een jaarabonnement kost € 12,00  Abonnee worden?