header4

 

Familie Ieven

1. De naam "Ieven"

1.1 Betekenis en schrijfwijze
Het boek ‘Verklaring van familienamen in België en Noord-Frankrijk’ van professor Frans De Brabandere zegt ons het vol-gende: IEVEN : afgeleid van de Germaanse voornaam IVO.
Als we dan zoeken naar de betekenis van de voornaam IVO vinden we: boog van taxushout, ook ‘ uit veerkrachtig hout gesneden ’.
Er zijn talrijke schrijfwijzen. De spellingsvormen die ikzelf tegenkwam met betrekking tot onze voorouders zijn: YEVEN, EIJVEN, IJVEN, EVEN, HEVEN, IVEN en IEVEN.
Daarnaast bestaan er nog meerdere spellingsvormen maar waar volgens mij de verwantschap onbestaande of ver te zoeken is. (Bijv. Hyvon, Yves, Yvon, Yvoz).

1.2. Vroegste bronnen
Eveneens volgens Frans De Brabandere:
1381: Jan Yeven sone
1381: Yeve de Vos, Hontenisse
1584: Jan Ievens, Antwerpen
1549: Adriaan Ivens, Baandwijk Antwerpen

Volgens mijn eigen opzoekingen:
1455: Peter Yeven, Budel
1540: Jan Ieven, boerderij “Den Ieven" in Neerpelt
1684: Jan Henricus Iven x Henrica Gords, Budel


1.3. Aantal per gemeente op 31 december 1987
Volgens de gegevens ter beschikking gesteld door het Rijksregister en daterend van 31 december 1987 komt de naam ‘IEVEN’ 137 maal voor in België en is als volgt verspreid over de Belgische gemeenten:
21 IEVEN in Hamont-Achel
15 IEVEN in Neerpelt
14 IEVEN in Genk
10 IEVEN in Landen
9 IEVEN in Overpelt
7 IEVEN in Ukkel
7 IEVEN in Lommel
5 IEVEN in Hasselt
5 IEVEN in Hechtel-Eksel
Het is echter pas rond het midden van de 19de eeuw dat ik de spellingsvorm ‘IEVEN’ in onze familietak terugvond. Daar-voor was het IVEN. Heden is de spreiding van de oude spellingsvorm alsvolgt:
38 IVEN Diepenbeek
34 IVEN Hasselt
14 IVEN Genk
11 IVEN Peer
9 IVEN Heusden-Zolder
9 IVEN Houthalen-Helchteren
6 IVEN Tongeren
6 IVEN Neerpelt
5 IVEN Schaarbeek
5 IVEN Sint-Truiden
5 IVEN Zonhoven

1.4. Aantal per provincie op 31.12.1987

IEVEN IVEN IVENS
Antwerpen 10 8 259
Brussel 12 10 73
Vlaams-Brabant 17 10 101
Waals-Brabant 0 3 18
Oost-Vlaanderen 0 1 3
West-Vlaanderen 2 0 451
Henegouwen 0 4 12
Luik 0 5 18
Limburg 96 156 38
Luxemburg 0 1 0
Namen 0 3 0
TOTAAL 135 201 973

Uit bovenstaande tabel kan je duidelijk 2 regio’s onder-scheiden. De Limburgse regio met als spellingsvorm IEVEN en IVEN, en de Antwerpse regio met als spellingsvorm IVENS. Ik concentreerde me vooral op de Limburgse tak.

2. De familie IEVEN door de eeuwen heen

2.1. Locatie
De familie IEVEN situeert zich in het Noorden van Limburg (B) en het Zuiden van Noord-Brabant (NL): Budel, Kaulille, Sint-Huibrechts-Lille, Hamont en Bocholt zijn de respectieve-lijke woonplaatsen van onze stamouders. Echtgenoten kwamen eveneens uit de omliggende dorpen. In de 19de eeuw zou een groot deel van de bevolking van Sint-Huibrechts-Lille van Nederlandse oorsprong zijn. Het feit dat de pastoor en de onderwijzer beiden de Nederlandse identiteit hadden, alsook de protestantse strijd zouden hier niet vreemd aan zijn. Onderstaand kaartje toont de bakermat van de familie IEVEN.

2.2 Budel: de bakermat van de familie I(e)ven
De bakermat van onze familie I(E)VEN ligt ongetwijfeld in het Noord-Brabantse Budel. De schrijfwijze verschilt nog al eens. Eiven, Iven, Even, Eijven, en Yven komen door mekaar voor, maar het gaat wel steeds over dezelfde families.
De oudste bronnen gaan terug tot het midden van de 15de eeuw. In de ‘Bossche Protocollen’ daterend van 1444-1454 vermeldt pagina 129 het volgende:

"Jan Peter Heylen verkoopt aan Peter Yeven huys, erf, hof en aengelag".
Voorts komt in de 15de en 16de eeuw de naam regelmatig terug in rechterlijke en notariële archiefstukken van Budel. Hoe de verwantschap tussen deze personen exact is, valt moeilijk uit te maken. Van sommige periodes zijn de archiefstukken verdwenen. Budel doorstond in de 16de en 17de eeuw namelijk een woelige periode.
Zo lezen we:

"Dit schone Dorp leedt zeer in vorige oorlogen, want het werd op den laatsten October 1504 door Gelderschen uit Roermond afgebrand. In 1655 viel de Bezetting van Roermond in hetzelve; pleegde er moedwil, joeg de Hervormden uit de Kerk, sloot dezelve digt, en nam alles uit dit Dorp mede, wat haar beviel; het leedt in 1672 en 1673 zeer veel door de Franschen, omdat het aan de prins van Orange toebehoorde; in 1693 dreigde de Graaf van GUIESCAR, Gouverneur van Namur, om hetzelve te zullen plunderen en verbranden; doch de inwoners kwamen alleen met den schrik vry."

De aantoonbare verwantschap begint slechts in de 17de eeuw nadat het Concilie van Trente in 1563 besliste dat dopen, huwelijken en begravingen (DTB) moesten geregistreerd worden. In praktijk gebeurde dit pas in de 17de eeuw. De oudst DTB-boeken van Budel gaan terug tot circa 1650. Opvallend is dat de spelling van de naam aan willekeur is overgelaten. Bij het bestuderen van de indexen van de oude Rooms-katholieke doopboeken uit Budel komt de naam Iven 44 maal voor, bij de Rooms-katholieke huwelijken 29 maal. Bij de huwelijken voor de schepenbank zien we 9 maal Eiven, 8 maal Eijven en 1 maal Yven. Ook bij de voornamen is er een variatie. Zo wordt er voor de kerk steeds een bijbelse naam gehanteerd: Peter wordt Petrus, Jan wordt Joannes, Geerit wordt Gerardus. Dit is niet typisch voor Budel, maar wel typisch kerkelijk. Een andere eigenaardigheid is dat voor dezelfde voornaam verschillende heiligen worden gehanteerd. Zo wordt Goort vertaald naar Gaugericus, Godefridus en zelfs Guernicus. Volgens mij had de pastoor niet zo snel de juiste heilige bij de hand.

Naast Budel treffen we in 1540 in Neerpelt een erf aan: ‘den Ieven’, genaamd naar de oudst bekende bewoner Jan IEVEN. Of deze Jan Ieven aanverwant is kon tot heden niet aangetoond worden. Toch lijkt het mij de moeite waard om later even in te pikken op enkele geschiedkundige gegevens van deze familie en haar erf.

2.3 Onze voorouders in Budel: 1625-1793
Op basis van beschikbare gegevens stellen we vast dat midden jaren 1600 er 3 IVEN familietakken in Budel woonden. Op welke manier deze 3 takken met mekaar verwant zijn, valt moeilijk te zeggen. Wat wel opvalt, is dat in elke tak dezelfde voornamen terugkomen: Henricus, Joannes en Godefridus of Goort zijn de meest populaire voornamen.

Tot een van deze 3 takken behoort dus onze familie. Henricus IVEN is onze oudst aantoonbare voorvader. Over hem is echter zo goed als niets geweten. Naar schatting werd hij circa 1630 geboren. Wanneer hij exact werd geboren, huwde of overleed is onbekend. Het enige wat we konden terugvinden is een akte waarin zijn kleinzoon Goort Jan Iven een schuld van ‘300 gulden luycks’ erft van zijn grootvader.
Henricus heeft een zoon Joannes Henricus IVEN genaamd. De tweede voornaam verwijst zoals in volgende generaties steeds naar de vader (=patroniem). Op 4 mei 1684 huwt Joannes Henricus IVEN met Henrica GORTS. Dit huwelijk stond geregistreerd in het trouwboek van de parochie O.L.V.- Visitatie van Budel. Inderdaad ‘stond’, want door beschadiging is een deel van het blad verdwenen. Het doopsel van Joannes vinden we niet meer terug in het doopboek van de parochie. Volgens schatting werd Joannes tussen 1650 en 1660 geboren. Van de kinderen van Joannes en Henrica zijn er slechts 2 bekend.
Zo komen we bij onze derde Budelse generatie. Een eerste dochter wordt gedoopt op 9 maart 1685. Ze staat geregistreerd als Hendrica Jansse IVEN. Janssen verwijst hier weer naar de vader (dochter van Jan). Op 12 april 1690 krijgen Joannes en Henrica een eerste zoon Goort Jansse IVEN geboren. De naam Goort komt later nog regelmatig terug bij de aanverwanten uit onze stamboom. Merkwaardig is het feit dat afhankelijk van akte tot akte het gaat over Goort, Govert, Godefridus of Gaugericus. Op 19 januari 1717 huwt Goort met Anna Adriaans. In sommige archiefstukken wordt er over Maria Adriaans gesproken, in andere over Anna of Anneke. Het gaat wel steeds over dezelfde persoon. Hun 2 oudste (bekende) zonen worden respectievelijk geboren in 1722 en 1724. Beiden worden ‘Adrianus’ genoemd. Dit feit wijst erop dat de eerste zoon moet overleden zijn vóór de geboorte van zijn gelijknamige broer. In die tijd was het wel de gewoonte om na het overlijden van een kind de naam door te geven aan de volgende boreling. Van hetzelfde gezin zijn nog 2 kinderen gekend. Het zijn Peter en Anna.

Peter Goort IVEN wordt gedoopt op 29 september 1726. Hij huwt Joanna JACOBS (soms ook ‘Jacops’ geschreven), dochter van Jacobus JACOBS en Petronella DIRX op 20 januari 1754. Hun huwelijk wordt gezegend met 4 zonen en 1 dochter: Gaugericus in 1754 (of Goort genoemd naar zijn grootvader), vervolgens Jacob (1757), gevolgd door Hendricus (1763), Anna(1764) en tenslotte Peter(1767).
De jongste zoon Peter verlaat Budel en trekt naar Woensel. De enige IVEN’s die we nu nog in Nederland aantreffen (vooral in de streek van Beek en Donk) stammen van hem af.
Van deze eerste 4 generaties kennen we geen overlijdensdata. De begraafboeken van Budel vermelden enkel een jaar en naam. Vermits dezelfde voornamen steeds terugkomen weten we dus niet over welke persoon het exact gaat.
Zoals reeds gezegd wordt Jacob IVEN geboren in 1757. Hij is landbouwer. Jacob huwt Maria Catharina LEYSSENS, weduwe van Dirk Sommens, dochter van Hendrik LEYSSENS en Ida EERDEKENS op 18 januari 1790 in Kaulille. De Budelse inwoners waren overwegend katholiek, zo ook onze stamouders. Een rooms-katholiek huwelijk werd echter niet door de wet erkend. Budel werd bestuurd vanuit de Raad van Brabant in ‘s Gravenhage. Er moest dus een wettig huwelijk voor de Schepenbank ofwel de Hervormde Kerk zijn, voordat een huwelijk mocht worden ingezegend in de rooms- katholieke kerk. Vandaar dat de huwelijken van onze Budelse stamouders zowel bij de Schepenbank als in de parochieregisters staan geregistreerd.

"Het Budelse Schepenhuis daterend van 1772: dit is het gebouw waar het vroegere dorpsbestuur (denk aan de schepenen) zetelde. In dit gebouw werd het Schepenbank-huwelijk van Jacob IVEN en Catharina Leyssen voltrokken. Volgens het plan, waarvan een foto in het gebouw hangt, was de benedenverdieping voor de "gaaren en botermarkt", dus als overdekte marktplaats voor lokale landbouw- en nijverheidsproducten. Ook was een klein gedeelte van de benedenverdieping in gebruik "voor de Brandt Spuyt". Op de eerste verdieping waren de vertrekken van het dorpsbestuur gevestigd: de "Secretarie", een "Camer voor Schepen", een drietal "Gevangenhocken" en een "Geysel Camer".

De ondertrouw van Jacob IVEN en Catharina Leyssens vindt plaats op 2 januari 1790, de trouw op 17 januari in Budel voor de Schepenbank. Het kerkelijk huwelijk vindt de volgende dag plaats in Kaulille. Catharina is reeds 37 jaar wanneer ze huwt met Jacob. Ze was de weduwe van Dirk Sommens en had vermoedelijk ook kinderen van haar eerste huwelijk. Van Jacob baart ze eerst een dochter Petronilla. Zij wordt geboren op 19 april 1791 in Budel. Vervolgens wordt zoon Henrik geboren in Kaulille. De familie IVEN-LEYSSENS heeft Budel nu definitief verlaten en komt terecht in Sint-Huibrechts-Lille, destijds Lille Saint-Hubert genoemd. Het is hier dat Jacob en Catharina overlijden. Zij wordt 77 jaar en overlijdt op 7 april 1830. Enkele maanden later volgt Jacob, hij wordt 72 jaar oud. Hun zoon Hendrik IVEN is zoals zijn vader landbouwer. Hij werkt als knecht op de boerderij ‘De Kompen’ in Sint-Huibrechts-Lille.

2.4. Sint-Huibrechts-Lille en de Kompen
Hendrik Iven (1), zoon van Jacob Iven en Catharina Leyssens, is landbouwer. Hij huwt op 18 november 1819 met Anna Maria (Joanna) Van Hout. Joanna is de dochter van Francis Van Hout en Adriana Stevens. Zij baten de boerderij “De Kompen” uit.

Hendrik trekt in bij zijn schoonouders. Tussen 1820 en 1832 worden er 7 kinderen geboren. Zoals in zovele andere gezinnen van toen werd ook dit gezin niet van tegenspoed gespaard. Drie kinderen sterven zeer jong: Adriaan en Adriana worden slechts 1 jaar oud, Jacobus 7 jaar. Anna Maria, echtgenote van Hendrik Iven overlijdt op 20 februari 1834 op 32-jarige leeftijd. Hendrik zal alleen dus instaan voor de opvoeding van zijn 5 kinderen waarvan de oudste amper 14 jaar is: Gerardus, Franciscus, Joanna, Jacobus en Antonetta. Gelukkig kan hij rekenen op de hulp van zijn schoonouders waar hij bij inwoont. Een jaar later sterft zijn schoonvader Francis Van Hout. Zo blijft Hendrik Iven samen met zijn kinderen en schoonmoeder Adriana Stevens over om de boerderij uit te baten.
Kompen

Die boerderij ‘De Kompen’ genaamd is een sinds 1579 gekende boerderij. Zij lag op de splitsing van de wegen Neerpelt-Bree en Achel-Peer. De huidige Peerderbaan bestond niet. Alle verkeer van Bree en Peer naar Neerpelt en Achel kwam voorbij ‘De Kompen’. Vanzelfsprekend werd ‘De Kompen’ een pleisterplaats voor reizigers, voerlieden en leurders. Dit vermoeden wordt nog versterkt bij het zien van de landkaart van circa 1850.

“De Kompen” wordt hier eveneens aangegeven als herberg “de Halve Maen”. Tussen haakjes is “(cab.)” toegevoegd. Naar men aanneemt is dit de afkorting van “cabine” of "cabinet" hetgeen schuilplaats of pleisterplaats betekent.

De Kompen bestond uit 2 boerderijen gelegen op Heikant nr. 13 en 15. Uit het gemeenteregister van Sint-Huibrechts-Lille (1846-1856) blijkt dat het gezin Francis Van Hout en Adriana Stevens, schoonouders van Hendrik Iven de boerderij op nr. 13 uitbaten.
Adriana Stevens laat zich niet beïnvloeden door de familiale tegenslagen. Haar dochter Antonetta, gehuwd met Johannes Joosten, overleed op 22-jarige leeftijd te Hamont op 17 mei 1830. De andere dochter, Johanna Maria, gehuwd met Hendrik Iven, overleed op 32-jarige leeftijd op 20 februari 1834. Haar echtgenoot Franciscus Van Hout overleed op 11 april 1835. Ondanks deze tegenslagen naam Adriana kordaat de teugels in handen. Haar schoonzonen en kleinkinderen beschouwen haar blijkbaar als een spil, waarrond het ganse Kompengebeuren plaats vindt. Naast haar landbouwbedrijf houdt Adriana Stevens een herberg open. De juiste openingsdatum van deze herberg kon niet achterhaald worden. Afgaande op het bevolkingsregister van 1845 en het feit dat Adriana Stevens toen 76 jaar was, veronderstellen wij dat de herberg reeds voor 1845 geopend was.

In 1854 laat Adriana het Kompengebouw herstellen door Joannes Slegten. Deze laatste was timmerman en houtverkoper te Sint-Huibrechts-Lille. Voor arbeidsloon, geleverd hout en andere materialen moest Adriana 558,15 frank betalen. Deze som was niet voorhanden. In een akte verleden voor notaris Spaas te Hamont op 31 januari 1855 verklaart Adriana schuldig te zijn aan Joannes Slegten, de som van 558,15 frank. De rente werd bepaald op 5 % en Joannes Slegten verbond zich ertoe deze schuldige som slechts op te eisen na het overlijden van Adriana.
Adriana zal niet veel genot meer hebben van de gedane verbouwingswerken. Op 26 mei 1855 overlijdt ze in de ouderdom van 81 jaren. Ze dicteerde haar testament aan notaris Spaas reeds in 1842:
"ten eersten : 1k geve, laat en legatere na mijne dood vooruit en buiten aandeel, aan mijn zegge aan de vier kinderen van wijle, mijn dochter Maria Van Houd, zegge Joanna Maria Van Houd alle mijne roerende en onroerende goederen in soo verre de wet mij toelaat ten hunne voordele te beschikken
ten tweede, 1k wil en begere dat er na mijn dood in de parochiale kerk van Lille St Hubert ten eeuwige dagen zullen gedaan worden tot lafenisse der ziele van mij en mijnen overleden man Franciscus van Houd twee eeuwigdurende jaargetijden met orgel en Vigilie te zingen en dat wij beiden ten eeuwige dage in het sondags gebed zullen geplaatst worden, aldaar, waarmede ik wil dat het huis, het welk ik thans bewone en hof en aangelegen akkerland rondom het huis gelegen groot omtrent een hektare dertig aren zullen bewaard blijven.
ten derde, ik wil dat er bij mijn begrafenisse zullen gebruikt worden twee kaarsen elk wegende twee en een halven kilogrammen ter ere van de patronen der kerk van Lille St-Hubert op te steeken, en wil dat mijn begrafenisse en uitvaart plaats sal hebben zoo als die van mijn overleden man Franciscus Van Hout.
ten vierden, ik wil dat er na mijne dood zal gegeven worden aan de kapel van het Herent in Neerpelt, eens eene som van hondert en zestien franken om daarvoor te doen lezende missen en dit voor de ziele van mij en mijnen genoemden man, en ons beide op het Zondagsgebed te zetten.
ten vijfden, wil ik dat er tijdens mijne begrafenisse zooveel rogge aan den armen van Lille St-Hubert zal uitgedeeld worden als bij die van mijn man.
ten zesde, ik wil dat na mijn dood voor veertien frank doodsbriefjes zullen gedrukt worden en dat dezelve inhouden de naam van nu en van mijn genoemde man."

Het testament werd opgesteld te “Lille St.-Hubert” ter winninge van de testatrice in het bijzijn van Theodoor Leën, burgemeester, Egidius Kerkhofs, akkerbouwer, Mathijs Slegten, kuiper, en Leonard Theunissen, schoenmaker, allen wonende te Sint-Huibrechts-Lille.

Op 2 augustus 1855 ging notaris Spaas uit Hamont over tot de openbare verkoop van zekere onroerende goederen uit de nalatenschap van Francis Van Hout en Adriana Stevens. De openbare verkoop had plaats op de “Compen” te 5 uur in de namiddag.

Op 10 maart 1856 zitten de afstammelingen van de echtelieden Franciscus Van Hout-Stevens (de kinderen Ieven en Joosten) samen op de Kompen. De notaris zal er overgaan tot de verdeling en vereffening van de nalatenschap van hun grootouders.

Er worden 4 percelen verdeeld. Elk perceel krijgt een nummer en ligt in een welomschreven gebied:
Lot 1: waarde 4000 frank, werd toebedeeld aan de gezusters Catharina en Antonetta Ieven, dochters van Hendrik Ieven en Anna Maria Van Hout.
Lot 2: waarde 2000 frank, werd toebedeeld aan Gerard Ieven.
Lot 3: waarde 1000 frank, toebedeeld aan Francis Iven. Hij ontvangt een opleg van 1000 frank.
Lot 3 bevatte:
- bouwland, sektie B, deel van nr 715-716-720-721-724-725-726, groot 35a92ca.
- bouwland, sektie B, nr 1015-1016, groot 80 a 90ca.
- bouwland, sektie B, deel van nr. 799-800-801-802, groot 45a.
- hooiland, sektie A, nr. 683-684-685, groot 40a93ca.
- heide, sektie B, deel van nr. 955-956, groot 17a82ca.
Lot 4: waarde 3000 frank. Maria Catharina Joosten ontvangt een opleg van 1000 frank.

Het geheel van de 4 percelen werd gewaardeerd op 12.000 frank. Aan registratierechten werd 6,62 frank betaald.
Heden bestaat “De Kompen” nog steeds en behoort tot het patrimonium van de gemeente Neerpelt. De meer dan 450 jaar oude schuttersvereniging is er momenteel gevestigd.

Tot zover het testament van de schoonmoeder van Hendrik Ieven. Ondertussen gaat het leven verder. De kinderen van Hendrik zijn ondertussen volwassen geworden. In 1862 en 1863 slaat het noodlot tweemaal toe. Een eerste maal wanneer zijn dochter Joanna Catharina, die de herberg uitbaat, overlijdt op 36-jarige leeftijd. Haar echtgenoot Peter Jan Stalmans blijft achter met 4 kleine kinderen tussen 1 en 6 jaar.
Een jaar later is het de beurt aan zijn andere dochter Antonetta. Zij is ongehuwd en overlijdt op 30-jarige leeftijd.
Ondanks alle tegenslagen houdt Hendrik vol. Uiteindelijk zal hij 78 jaar oud worden.
Voor die tijd een zeer respectabele leeftijd. Hij overlijdt in Sint-Huibrechts-Lille op 14 juni 1871. Zijn twee overblijvende kinderen, Gerardus en Franciscus, vormen de 7de generatie en zullen zorgen voor het nageslacht.
ieven leeten 100.117 jg 2007 nr 2

Franciscus Iven huwt Hendrika Verbakel. Hendrika is afkomstig uit Soerendonk (NL). In de bevolkingsregisters van midden jaren 1800 staat Hendrika geregistreerd als dienstmeid bij de familie Van Hout-Adriaans. Met andere woorden: Franciscus huwt de dienstmeid van zijn grootmoeder. Waar het huwelijk plaatsvond heb ik niet terug gevonden, noch in Sint-Huibrechts-Lille, noch in Soerendonk. Franciscus en Hendrika krijgen acht kinderen: Maria Theresia (1853), Hendricus (1855-1930), Leonardus (1857-1857), Leonardus (1858-1858), Gerardus (1859-1935), Gertruda (1861-1927), Jacobus (1864-1951), Franciscus (1867-1870).
Hendrik Ieven was brievenbesteller te Hamont. Zijn nageslacht is door Rudy Sonck volledig uitgewerkt.

Voor het doorgeven van de naam IEVEN komen er slechts 2 kinderen in aanmerking: Henricus en Gerardus. Twee zonen, beiden Leonardus genoemd, overlijden enkele maanden na hun geboorte. De jongste zoon Frans wordt amper 3 jaar oud. Jacobus en Gertruda blijven ongehuwd.
Bij het huwelijk van Henricus, mijn overgrootvader, treffen we voor het eerst de naam IEVEN met ‘e’ aan. In onze familiestamboom was het tot midden vorige eeuw zonder ’e’. Deze gewijzigde spellingsvorm merken we o.a. in de huwelijksakte. Vader Franciscus tekent als “Iven” zonder ‘e’, zoon Henricus als “Ieven” met ‘e’.

Hendrik Ieven en Maria Catharrina Leeten (links)

ieven gerard 56.184 jg 28 1 2010

 

Gerardus Ieven

Wij volgen de Lilse takken van Gerardus Ieven (1820-1891) getrouwd met Anna Maria Slegten en Franciscus Ieven (1822-1893) getrouwd met Hendrika Verbakel.
Beide families worden opgenomen met een kwartierblad en alle Lilse naamdragers Ieven zijn tot een van beide takken terug te brengen. Omwille van het grote aantal afstammelingen van Ieven beperken we ons tot twee voorbeelden: aan de ene kant vertrekken we van Anna Maria Petronilla Ieven en volgen de lijn naar Gerardus Jacobus Ieven en aan de andere kant volgen we Frans Johan Cornelius Ieven tot zijn naamdrager Franciscus Ieven, broer van hogervermelde Gerardus Jacobus Ieven.

 

Rudy Sonck

 


 


Heemkundige Kring St.-Huibrechts-Lille
p/a Lille Dorp 30
3910 Sint-Huibrechts-Lille

 


RPR 0415444169
Ondernemingsrechtbank Antwerpen
Afdeling Hasselt